VERITAS
Ernst Loof, die voor de oorlog bij BMW gewerkt had, begon direct na de oorkog en onder de moeilijkste omstandigheden, met de bouw van zijn Veritas sportwagens. Hij werd geholpen door Lorenz Dietrich en de voormalige coureur, 'Schorsch' Meier. Men begon in een oude molen in Hausen bij Sigmaringen en eindigde (in 1951) met een 'fabriekje' in de verlaten Auto-Union-boxen op de Nürburgring.
VERITAS COMET
Behalve pure racewagens bouwde Loof ook sportieve coupés en cabriolets voor dagelijks gebruik. De eerste modellen heetten Cornet en kwamen in 1949 als coupé uit. Onder de aluminium motorkap vond men eerst een BMW 326 motor en bij de latere exemplaren de zescilinder van de BMW 328. De reden dat de wagen zo slecht verkocht werd, was de waanzinnig hoge prijs. De Comet S bleef een prototype met een Heinkel-motor en een vijfbak. De 2+2 coupé heette Saturn en de cabriolet heette Scorpion.
Aantal cilinders: 6
Cilinderinhoud in cm3: 1971 en 1988
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 55/4200, 80/5000 en 140/7500
Topsnelheid in km/uur: 150-230
Carrosserie/Chassis: aluminium op buizenchassis
Uitvoering: coupé en roadster
Productiejaren: 1949-1950
Productie-aantallen: ca. 40
DYNA-VERITAS
Met de Dyna-Veritas probeerden Loof en zijn partners een groter publiek aan te spreken. De wagen was natuurlijk veel kleiner en kostte dan ook maar één derde van wat men voor een 'echte' Veritas betalen moest. De wagen had de motor van de Panhard en dus voorwielaandrijving. Hoewel de wagen naar verhouding goed verkocht, kwam het succes te laat en ging Loof failliet. Lorenz Dietrich bouwde de wagen alleen en onder de naam Dyna verder. De cabriolet werd bij Baur in Stuttgart gebouwd.
Aantal cilinders: 2
Cilinderinhoud in cm3: 744
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 28/5000 32/5000 en 40/5000
Topsnelheid in km/uur: 115-135
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: coupé, cabriolet en roadster
Productiejaren: 1950-1952
Productie-aantallen: 176






