STANDARD
De Standard Motor Company werd in 1903 in Coventry gesticht. Men bouwde er vele en goede auto's die onder andere de basis vormden voor de sportwagens van Sir William Lyons' SS (later Jaguar). Na de oorlog nam Sir John Black de leiding van de fabriek over om nog in 1945 de firma Triumph erbij te kopen. In 1961 zag het er minder rooskleurig uit en was men gedwongen zich bij British Leyland aan te sluiten. In 1964 verlieten de laatste exemplaren van Standard de fabriek.
STANDARD EIGHT
De auto's die Standard in 1945 al weer bouwde, waren gebaseerd op de vooroorlogse modellen. De kleinste wagen uit het repertoire was de Eight met 8 Engelse belasting pk's. Optisch en technisch was de wagen gelijk aan het model van 1939, maar de versnellingsbak telde nu vier in plaats van drie versnellingen. De Eight is geen geliefde klassieke auto geworden. De stationcar was er alleen in 1948 en deze is dus zeldzaam. Een open Eight mag het dubbele kosten van de coach.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1009
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 28/4000
Topsnelheid in km/uur: 100
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: coach, cabriolet en stationcar
Productiejaren: 1945-1948
Productie-aantallen: 53.099
STANDARD TWELVE & FOURTEEN
De grootste Standard van direct na de oorlog was de Twelve, in zijn exportuitvoering de Fourteen. Ook deze modellen had men al in 1939 van de band zien komen en aangezien ze toen met hun onafhankelijke voorwielvering modern waren, konden ze in 1945 nog niet ouderwets genoemd worden. Ondanks de zijidepmotoren en de mechanische remmen. Wat afwerking betreft zijn ze goed, want zoals vele Engelse wagens kregen ook deze Standards leer en notenhout mee. Een van de nadelen is dat ze zo traag zijn.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1609 en 1766
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 44/4000 en 60/4400
Topsnelheid in km/uur: 110
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: sedan, stationcar en cabriolet
Productiejaren: 1945-1948
Productie-aantallen: 9.959 en 22.229
STANDARD VANGUARD I
De Vanguard was voor Standard een belangrijke wagen. Het was het eerste naoorlogse ontwerp, hij had een kopklepmotor en —voor het eerst in de geschiedenis van Standard — een verwarming en aanjager. De geheel gesynchroniseerde driebak werd door een hendel aan de stuurkolom geschakeld. Ir Nederland was deze Vanguard in de jaren vijftig een redelijk populaire auto, maar tegenwoordig willen weinig liefhebbers eraa beginnen. De beste keus is een wagen van m '50 met de grotere achterruit en eventueel overdrive.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 2088
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 69/4200
Topsnelheid in km/uur: 130
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: sedan en stationcar
Productiejaren: 1948-1953
Productie-aantallen: 184.799
STANDARD VANGUARD II
Toen de Vanguard in zijn tweede versie verscheen, viel op dat de aflopende achterkant vervangen was door een 'normale' koffer. De wagen had nu vier in plaats van zes zijruiten zodat men de portieren groter had kunnen maken, wat het instappen vergemakkelijkte. In de zomer van 1953, enige maanden na de introductie in Genève, kon de Vanguard ook met een dieselmotor besteld worden. Het was de eerste Britse personenwagen met zo'n motor en er zijn er 1.973 van verkocht. De cabriolet is zeer zeldzaam.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 2088 en 2092 (Diesel)
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 69/4200 en 40/3000
Topsnelheid in km/uur: 125 en 105
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: sedan, stationcar en cabriolet
Productiejaren: 1953-1956
Productie-aantallen: 83.067
STANDARD VANGUARD III & VIGNALE VANGUARD
De derde uitgave van de Vanguard werd in 1955 op de Londense tentoonstelling voorgesteld. Hij leek in geen enkel opzicht meer op zijn voorgangers. Daar de wielbasis 20 cm verlengd was, was de wagen groter geworden wat vooral in de stationcar veel meer ruimte bracht. De wagens die in 1958 gebouwd werden, heetten ook wel Vignale Vanguard, omdat die firma een face-lift had verzorgd. Ze hadden optioneel de vierversnel lingsbak uit de Triumph TR3. Robuuste wagens, maar ook zwaar.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 2088
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 69/4200
Topsnelheid in km/uur: 140
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan en stationcar
Productiejaren: 1956-1961
Productie-aantallen: 37.194 en 26.276
STANDARD VANGUARD LUXURY SIX
Die laatste versie van de Vanguard die door Giovanni Michelotti van Vignale onder handen was genomen, was er vanaf 1960 met een zescilinder. De wagen werd het paradepaard van de firma en men prees hem aan ah Vanguard Luxury Six. Met zijn twee carburateurs was het een halve sportwagen. De klant had de keuze uit een vierversnellingsbak, uit een 3-bak met overdrive, of uit een automaat. De Triumph 2000 van latere datum heeft dezelfde motor. Vanaf 1961 waren er schijfremmen voor als extra verkrijgbaar.
Aantal cilinders: 6
Cilinderinhoud in cm3: 1998
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 81/4400
Topsnelheid in km/uur: 150
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan en stationcar
Productie jaren: 1960-1963
Productie-aantallen: 9.953
STANDARD 8
Standard bleef zijn klanten van kleine auto's ook in de jaren vijftig bedienen. De Eight die in 1953 uitkwam, was een moderne wagen met vier portieren maar geen kofferdeksel. De kofferruimte was groot genoeg, maar moest door de achterportieren bereikt worden. Ook in andere opzichten was de wagen vrij primitief. Zo ontbrak de verwarming en de bekleding aan de portieren. In de loop der tijd werden de meeste euvels verholpen: zo kreeg de wagen in 1955 opdraai- i.p.v. schuiframen en in 1957 zelfs een kofferklep.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 803
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 26/4500
Topsnelheid in km/uur: 100
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan en stationcar
Productiejaren: 1953-1959
Productie-aantallen: 136.317
STANDARD 10
De Standard Ten personenwagen deelde de carrosserie met de Eight maar had wat chroom en een echte kofferdeksel. De stationcar, hier Companion genoemd, had achter twee deurtjes. De Ten had een wielbasis van 213 cm, was 368 cm lang, 147 cm breed en 152 cm hoog. Reed men niet te snel, dan lag het benzineverbruik bij de 1 op 12. De Family 10 heeft de carrosserie van de 8 met de motor van de 10.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 948
Vermogen in pk hij toeren/minuut: 33/4500
Topsnelheid in km/uur: 110
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan en stationcar
Productiejaren: 1954-1960
Productie-aantallen: ca. 172.500
STANDARD PENNANT
Als verfraaide Ten verscheen de Standard Pe nant in oktober 1957 op de London Motor Show. De wagen was in zijn standaarduitvoe ring in twee kleuren gespoten en hij had voorspatborden die iets boven de koplampe doorliepen. In het dashboard vond men twee grote ronde instrumenten en geschakeld we met een pook in de vloer. Op verzoek kon een elektrische overdrive ingebouwd worde Deze werkte dan op de 2e, 3e en 4e versnelling.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 948
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 38/5000
Topsnelheid in km/uur: 115
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan
Productiejaren: 1957-1960
Productie-aantallen: 42.910
STANDARD ENSIGN & ENSIGN DE LUXE
In oktober 1957 verscheen er een Vanguard III met een kleinere motor onder de naam Ensign. De motor had een kleinere (76 i.p.v. 85 mm) boring en bracht dus fiscale voordelen. De latere versnellingsbak stamde uit de Triumph TR3 en kon daarom ook met een overdrive geleverd worden. Nadat de wagen een jaar in productie geweest was, kreeg hij een grotere achterruit. In augustus 1961 werd de productie gestopt. Het laatste type kreeg de toevoeging De Luxe en deze had een grotere motor.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1670 en 2136
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 61/400075/4400
Topsnelheid in km/uur: 120-145
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan en stationcar
Productiejaren: 1957-1963
Productie-aantallen: 18.852 en 2.318






